Naam: Paswoord:
 
 
Home
VMF
Competities
Clubs en spelers
Scheidsrechters
Organisaties
Documenten
FAQ
Links
Contact
Federatiesponsors
 
Je bent hier:
FAQ
FAQs
Wat moet een speler doen wanneer hij zich blesseert tijdens de wedstrijd?

Wanneer een speler zich blesseert tijdens de wedstrijd dient hij onderaan het scheidsrechtersblad de blessure te vermelden. De speler vraagt aan de scheidsrechter om zijn naam en de aard en plaats van de blessure te vermelden op het scheidsrechtersblad. Zo kan er achteraf geen discussie ontstaan of het incident zich wel tijdens de wedstrijd voordeed.
Na de wedstrijd vult de speler de ongevalsaangifte in (uw verklaring + vastellingen door de arts). Dit document moet opgestuurd worden naar de verzekeringsmaatschappij binnen de 10 dagen (Concordia, Stapelplein 28, 9000 Gent).
Indien de blessure niet op het scheidsrechtersblad staat, dan kan de speler alsnog een beroep doen op de verzekering. Dan dient de speler wel een verklaring op te stellen van de feiten en dit te laten ondertekenen door 3 bestuursleden van zijn club. Dit moet opgestuurd worden naar het VMF-secretariaat.

Na hoeveel gele kaarten wordt een speler geschorst?

Een speler loopt één speeldag schorsing op wanneer hij drie gele kaarten kreeg. De wedstrijd van de schorsing is de derde competitiewedstrijd na de wedstrijd waarin de laatste gele kaart werd opgelopen.

Bij hoeveel clubs mag een speler aangesloten zijn?

In de nationale en provinciale competities mag een speler slechts bij één club aangesloten zijn. Een speler kan dus niet aangesloten zijn bij zowel een club in de nationale reeksen als in de provinciale reeksen.

Voor de kerncompetities is er geen probleem. Een speler kan in alle kernen van de federatie aangesloten zijn. Er bestaat immers geen verband tussen de verschillende competities. Binnen een kerncompetitie kan de speler wel slechts bij één ploeg aangesloten zijn. In een kerncompetitie kan je dus niet zowel bij een ploeg uit de eerste reeks als een ploeg uit de tweede of derde reeks aangesloten zijn.

Je kan gerust de combinatie maken tussen een aansluiting bij een nationale of provinciale club en één of meerdere ploegen uit verschillende kerncompetities.

Vanaf welke leeftijd mag een speler bij de seniores spelen?

Er moet hier een onderscheid te maken tussen de heren en de dames.
Bij de heren mag je bij de seniores spelen wanneer je de effectieve leeftijd van 15 jaar bereikt hebt. Vanaf de dag van je vijftiende verjaardag mag je dus bij de volwassenen spelen.
Voor de dames bedraagt die leeftijd 13 jaar.

Mag een te laat komende speler onmiddellijk deelnemen aan het spel?

Een speler kan slechts deelnemen aan het spel als hij op het scheidsrechtersblad vermeld staat. Wanneer de wedstrijd gestart is kan niemand meer toegevoegd worden. De scheidsrechter zal alle lege ruimtes doorhalen.

De algemene regel voor een te laat komende speler is hier dat de scheidsrechter eerst de identiteit van de speler moet kunnen controleren. Indien de identiteitskaart van de speler reeds voor de wedstrijd aanwezig was dan werd zijn identiteit reeds gecontroleerd en kan hij zich onmiddellijk naar de wisselzone begeven en invallen.
Meestal heeft de speler zijn identiteitskaart nog bij zich, waardoor de controle nog niet heeft plaatsgevonden. De te laat komende speler kan zich pas tijdens de volgende periode naar de wisselzone begeven. De scheidsrechter zal dan de controle uitvoeren. Vanaf het volgende kwart is de speler speelgerechtigd.

Er wordt wel een uitzondering gemaakt bij een onvoltallige ploeg. Een te laat komende speler van een onvoltallige ploeg mag zich steeds onmiddellijk naar de wisselzonde begeven. Wanneer de bal uit het spel is, zal de scheidsrechter een snelle controle uitvoeren. De speler kan hierna onmiddellijk het veld betreden om de ploeg te vervolledigen.

Hoe groot moet een minivoetbalveld reglementair zijn?

Een minivoetbalveld moet tussen 16 meter en 24 meter breed zijn en tussen 28 meter en 42 meter lang. De ideale afmetingen zijn 40 meter lang op 20 meter breed.